Bijgewerkt op 31 oktober 2026
Box 3-belasting 2026: heffingsvrij vermogen, rendement en tarief
In box 3 betaalt u belasting over uw vermogen: uw spaargeld, beleggingen en andere bezittingen, min uw schulden. De Belastingdienst rekent daarbij niet met uw echte rente, maar met vaste percentages per soort vermogen. Dat heet het fictief rendement.
De bedragen van 2026
| 2026 | |
|---|---|
| Heffingsvrij vermogen per persoon | € 59.357 |
| Heffingsvrij vermogen met fiscale partner | € 118.714 |
| Rendement op banktegoeden en spaargeld | 1,28% |
| Rendement op beleggingen en andere bezittingen | 6,00% |
| Rendement op schulden | 2,70% |
| Belastingtarief box 3 | 36% |
Het heffingsvrij vermogen verdubbelt als u het hele jaar een fiscale partner hebt, of als u een deel van het jaar een fiscale partner hebt en ervoor kiest om het hele jaar fiscale partners te zijn. U gaat uit van de waarde van uw bezittingen en schulden op 1 januari 2026. Het percentage voor beleggingen en andere bezittingen staat vast. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn nog voorlopig: de Belastingdienst stelt ze begin 2027 vast en gebruikt die bij de definitieve aanslag 2026.
Rekenvoorbeeld van de Belastingdienst
U hebt € 150.000 spaargeld en geen fiscale partner.
- Rendement: € 150.000 × 1,28% = € 1.920.
- Na aftrek van het heffingsvrij vermogen blijft € 90.643 van uw vermogen belast. Naar verhouding is uw voordeel uit sparen en beleggen dan € 1.160.
- Belasting: 36% van € 1.160 = € 417.
Reken uw eigen situatie uit met de rekenhulp box 3.
Werkelijk rendement lager? Dan betaalt u minder
Volgens uitspraken van de Hoge Raad moet de Belastingdienst uw werkelijke rendement belasten als dat lager is dan het fictieve. In de voorlopige aanslag 2026 kan de Belastingdienst daar nog geen rekening mee houden, omdat uw werkelijke rendement pas na het jaar bekend is. Is het later lager, dan wordt uw box 3-inkomen aangepast in uw aangifte over 2026. Meer bij werkelijk rendement in box 3.
Heffingsvrij vermogen per jaar
| Jaar | Per persoon |
|---|---|
| 2026 | € 59.357 |
| 2025 | € 57.684 |
| 2024 | € 57.000 |
| 2023 | € 57.000 |
| 2022 | € 50.650 |
| 2021 | € 50.000 |
| 2020 | € 30.846 |
| 2019 | € 30.360 |
| 2018 | € 30.000 |
| 2017 | € 25.000 |
Vanaf 2028 wil het kabinet box 3 anders regelen: zie box 3 vanaf 2028.